Introdans toont de energie van de wereld vandaag - Recensie
door Wendy Lubberding
Met twee gloednieuwe danswerken van Aristide Rontini en Andonis Foniadakis en twee nog niet eerder in Nederland gedanste stukken toont Introdans de energie van de wereld vandaag. Rusteloos en altijd onderweg is het vaak een ‘ieder voor zich’, waar het onderlinge contact soms weliswaar kan knisperen en schitteren, maar waar ook vlakte heerst.
Vier dansers in grijze glittershirts en donkere sokken met ouderwetse sokophouders worden langzaam zichtbaar in een messcherp uitgesneden lichtvlak op ooghoogte waarin rook kringelt. Eerst zien we het silhouet van één hoofd en één paar schouders. Dan ontwaren we naast en achter hem drie andere dansers. Bij alle vier lijkt het ritme uit hun borst naar buiten te vloeien en rollen, naar hun schouders, armen, heupen en benen. Aristide Rontini presenteert het meest pakkende deel van het programma, met het kwartet Skin In Between.
De twee mannen en twee vrouwen bewegen door de wereld als een kleine troupe die wordt gedreven door een innerlijke pulse. Nooit is duidelijk wie leidt, al zetten ze hun draaiingen en verplaatsingen niet steeds spatgelijk in. Het lijkt erop dat het signaal bij de één soms iets eerder binnenkomt dan de ander, of de één durft er eerder aan toe te geven dan de ander. Een herhalend gebaar met gebogen armen horizontaal voor de borst, licht neigend naar een knuffel van het eigen lijf, is een mooi terugkerend vraagteken.
Voor vraagtekens is geen tijd in de andere wereldpremière deze avond, Pulsetic van Andonis Foniadakis. De grote groep dansers voert op stroboscopisch licht in hoog tempo een formatiepatroon uit dat soms neigt naar de neoklassieke symmetrische opstellingen bij Balanchine, maar dan op turbo. Voor je beseft naar welke vorm je kijkt, zijn de dansers als kruipende kurkentrekkers en hoog opspringende paarden alweer onderweg naar de volgende constellatie. De dansers met lang haar laten hun lokken los, wat bijdraagt aan de woeste kracht van deze dans.
Soms is het fijn scherp en is er een duet bij dat verrast en kortstondig verrukt met maffe lifts en sprekende sprongen vol opgewonden energie. Maar de combinatie van dwingend licht, veel scènes die in het midden van de vloer gecentreerd zijn, veel dansers dicht op elkaar, snelle ontmoetingen en daardoor ultrakorte interacties ontaard te vaak in een rommelige toestand.
Dit soort pulserend bewegende groepen worden strakker uitgevoerd in het werk van Sharon Eyal en de nerveuze energie wordt effectiever gebundeld in het kolibri-achtige dansidioom van Marco Goecke. De kracht bij hen is dat hun dans steeds deels duister wordt ingekleurd. De dansers bij hen zijn figuren die lijden aan hun nervositeit en zijn tegen wil en dank een element in een groepsorganisme. Dat lijden zie ik hier niet, de snelheid en veelheid blijven meer op de vlakte.
Ook Tagadà van Sofia Nappi blijft wat oppervlakkig, ondanks de fijne soundtrack met een prominente rol voor Daft Punks Giorgio by Moroder. Het stuk, voor het eerst in Nederland te zien, lijkt naadloos aan te sluiten bij Pink Panther Party XXL van afgelopen winter. Het gaat om de groove en de bevrijding die het kan geven om je daarop mee te laten voeren. Een waarheid als een koe, en het wordt in de ensemble-delen lekker gelijk en precies gedanst, maar toch sleepte het stuk me niet helemaal mee.
Choreograaf Gustavo Ramírez Sansano lukte dat wel, in het grote groepswerk Flabbergast dat in de beeldtaal de mooie dingen leent uit Hollywood-dansfilms uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Dat zit hem in de heerlijke Technicolor kostuums van Bregje van Balen en in de ruimtelijkheid van de groepschoreografieën – de dansvloer wordt ruim benut met ruime opstellingen, lange lijnen en verschillende lagen in de danssequenties: van voor naar achter wordt een thema als ‘ontmoeting’ door meerdere duo’s en kleine groepjes tegelijk uitgewerkt.
Grappig is de scène waarin een handvol mannen zich als pauwen laten bewonderen door een vrouw. Allemaal willen ze haar verleiden met hun allerbeste kunstjes. Daar springen en rollen ze trots en uitdagend in hun schitterend gekleurde outfits en landen aan haar voeten, de ene nog energieker dan de ander. En net als je het Hollywood-cliché wel lang vindt duren, springt een vrouw met machtig mooie lange armen de scène in. Dankzij haar lyrische, maar rake krullen en buigingen en superlicht voetenwerk springt de vonk moeiteloos over.