ENERGY BOOST - Dansmagazine
14 september 2026
door Ruth Naber
Vier mediterrane choreografen tonen hun werk in ENERGY, het najaarsprogramma van Introdans. ‘In Tagada is energie de levenskracht die we voelen als we plezier ervaren’, vertelt de jonge, Italiaanse maker Sofia Nappi. Landgenoot Aristide Rontini onderzoekt in de creatie van zijn wereldpremière ‘de tastbare energie die door je heen gaat wanneer je iets zowel aantrekkelijk als eng vindt.’
Dan is er nog een tweede wereldpremière van de Griekse choreograaf Andonis Foniadakis. En van de Spaanse Gustavo Ramirez Sansano is in ENERGY Flabbergast (2001) te zien.
Speelsheid
Nappi en Rontini vertellen meer over hun choreografieën, waar ze deze zomer met de dansers van Introdans aan werkten. Sofia Nappi is artistiek leider van haar gezelschap Komoco in Florence, Italië. Daar ontwikkelde ze haar typerende, intuïtieve en theatrale benadering, met invloeden van onder meer de bewegingstaal Gaga van de Israëlische choreograaf Ohad Naharin. Ze heeft een drukke internationale werkpraktijk. Dit interview geeft ze vanuit Taiwan, waar ze werkt met laatstejaars dansstudenten van de Taipei’ National University of the Arts. ‘Heel mooi om te zien hoe deze uitzonderlijk precieze, hardwerkende dansers zich openen voor het lichte en speelse.’ Enige weken daarvoor heeft ze in Arnhem de dansers voor haar choreografie Tagada gecast. ‘Ik merkte een hongerigheid bij de dansers die mij inspireerde. Een openheid voor jonge, frisse energie.’
Draaischijf
Tagada maakte ze oorspronkelijk voor het Staatsballett Hannover, waar het in 2023 in première ging. De titel van het stuk is ook de naam van een Italiaanse kermisattractie: een enorme, platte, omrande schrijf. Je kunt zitten tegen de rand en je eraan vasthouden. Dat is nodig als de schijf omhoogkomt en op hoge snelheid gaat draaien en schokken. Als je meeveert met je gewicht en de spanning in je lichaam loslaat, kun je zelfs staan tijdens een ride, al is dat wel gevaarlijk’, vertelt Nappi. De attractie heeft een symbolische rol in het stuk. ‘Er is een ronde verhoging op het podium, in gedekte kleuren. Het lijkt op de tagada, maar vanaf de bovenkant zie je ook een gelijkenis met de aarde. Dit is de leefomgeving van de dansers. De essentie van het stuk is: door los te laten, door de wilde rit die het leven soms kan zijn te observeren, kunnen we ons nog steeds staande houden. Je hoeft de chaos niet te bevechten om overeind te blijven.’
Groove
‘Er zijn een paar zeer snelle groepsstukken in de choreografie. Hoe meer ontspanning en plezier de dansers daar toelaten, hoe dichter ze bij de bron van leven, beweging en ritme komen.’ Deze bron noemt Nappi ook wel groove of energie. ‘In het creatieproces van Tagada legde ik een verbinding met de elektronische muziek van Daft Punk. Deze is upbeat, repetitief en licht. Dit was de basis voor de selectie van de andere muziekstukken. Uiteindelijk is Tagada een reis langs verschillende levensfases, zeer licht van karakter.’
Fragiel, sensueel, een beetje gek
Rontini werkte, zoals ook Nappi, voor het eerst met Introdans als een van de tien choreografen voor HubClub’23. Ze maakten toen ieder een korte choreografie waarin dansers van Introdans met een variatie aan gastdansers over het podium wervelden, om zo het nachtleven in al zijn facetten te verbeelden. Een grondthema in Rontini’s werk is het tonen van de identiteiten die een lichaam draagt. Iets dat hij op een poëtische, zintuiglijke manier laat ervaren in zijn solo Lampyris Noctiluca (2023). De choreograaf geeft het interview vanuit een Italiaanse studio, waarin hij aan een heropvoering van de solo werkt. In Arnhem heeft hij net een korte werkperiode achter de rug met de vier dansers die hij voor zijn première bij Introdans heeft gecast. ‘De dansers met wie ik nu creëer, hebben uiteenlopende bewegingskwaliteiten, van fragiel en sensueel tot een beetje gek. Ergens in het proces verloren ze een beetje de controle. Dat was verrassend, daar zoek ik naar.’
Tastbaar
‘Voor dit nieuwe stuk onderzoeken we de staat waarin het lichaam verkeert als het heen en weer geslingerd wordt tussen plezier en angst. We exploreren ook die emoties afzonderlijk. Mijn inspiratie zijn ervaringen waarbij ik me aangetrokken voelde tot iets, waar ik ook bang voor was. Dat zorgde voor een haast tastbare energie in mijn lichaam. De huid, het grootste orgaan van ons lichaam, wordt gevoelig onder emotionele spanning. Hoe we nabijheid van iets of iemand waarnemen met dit membraan tussen ‘binnen’ en ‘buiten’, ook dat verkennen we.’
Vloeibaar en veranderlijk
Rontini zet zich ervoor in dat in de Italiaanse en internationale danssector een diversiteit aan danserslichamen verwelkomd wordt. Het bijzondere aan zijn lichaam is dat zijn armen in lengte verschillen. Hij maakt deel uit van Al.Di.Qua. Artists (Alternative Disability Quality Artists), een groep Italiaanse kunstenaars die willen bewerkstelligen dat discriminatie, ook de positieve, van danserslichamen die van een norm afwijken, verdwijnt. Hoe draagt Rontini bij aan de missie van deze groep, met zijn nieuwe choreografie voor Introdans? ‘Het is een betekenisvolle boodschap dat ik als gastchoreograaf en kunstenaar met een beperking voor een gevestigd gezelschap als Introdans werk. Ik zie danskunst als een menselijke ervaring. In mijn werkwijze geef ik taken, die van elkaar verschillende dansers op hun eigen wijze kunnen belichamen. Voor de dansers met wie ik werk, zal het proces misschien niet alledaags zijn, omdat het materiaal dat ik met mijn lichaam aanbiedt voor hen enige aanpassingen behoeft. Het publiek kan verfijndheid en plezier zowel als angstaanjagendheid ervaren in mijn choreografie. Dat zit allemaal in ons. Emoties zie ik als het vloeibare deel van identiteit. Ze vertellen ons wie we zijn. Deels staat dat vast, maar het is ook veranderlijk.’