Volle schappen in de danswinkel - Frankfurter Rundschau

10 februari 2026
door Sylvia Staude

Van het Nederlands Dans Theater tot Gauthier Dance uit Stuttgart
Grote diversiteit tijdens de jubileumeditie van het Holland Dance Festival

Op de poster van de allereerste editie van het Holland Dance Festival in 1987 stonden in de rij aangekondigde ensembles onder andere het Tanztheater Wuppertal en het toenmalige ‘Ballett der Städtischen Bühnen Frankfurt’. William Forsythe was daar al artistiek leider. Het Frankfurter Ballett bestaat inmiddels al lang niet meer, maar het Holland Dance Festival, dat als biënnale wordt georganiseerd, viert dit jaar een indrukwekkend jubileum: de twintigste editie, met voorstellingen in Den Haag, Delft, Rotterdam, Tilburg en Utrecht.

Sinds 1994 is de Zwitser Samuel Wuersten artistiek leider. Hij reist veel, kijkt veel en heeft duidelijk gevoel voor wat er speelt in de hedendaagse dans. Dat geldt ook voor het Nederlands Dans Theater, dat sinds seizoen 2020–2021 onder leiding staat van Emily Molnar, ooit zelf danseres bij het Frankfurter Ballett. Met een dubbelprogramma opende NDT het festival in Amare in Den Haag. De avond Wildsong brengt werk samen van de Belg Jan Martens en de Spanjaard Marcos Morau.

Kid in a Candy Shop, het veertig minuten durende stuk van Jan Martens, wordt gedanst door 23 dansers in zachtgekleurde bodysuits. In een video zie je bloemen die in timelapse openen en later bijna exploderen. Zoet is het stuk echter totaal niet. Dat komt door de scherpe muziekkeuze, met onder andere Pretty van Julia Wolfe en het GG Concerto van Hanna Kulenty, waarin het klavecimbel steeds agressiever klinkt. Ook de bewegingstaal draagt daaraan bij: soms licht absurd, dan weer hoekig, groots of juist mechanisch.

Het werk doet denken aan Merce Cunningham, met zijn streven naar abstracte dans via toeval en improvisatie. Tegelijk ontstaan er duidelijke structuren en koortsachtige solo’s, precies op het ritmische geratel van het klavecimbel. De formaties en kleuren veranderen, maar vooral valt de rijkdom aan details op. In geen enkel moment zakt de energie weg.

Dat geldt ook voor Horses van Marcos Morau, al is dit werk van een totaal andere aard. Het is speels, maar ook donker. De belichting doet denken aan troebele straatlantaarns die door de elf dansers zelf worden verplaatst. In de zaal blijft het eerst licht. Je ziet de toneelmachinerie, een telefoon gaat, een fotograaf maakt beelden. Vanuit de orkestbak klinkt een kakofonie. Morau kiest bewust voor hedendaagse muziek van onder anderen Andrzej Panufnik en Caroline Shaw.

Soms roept Horses letterlijk het beeld van paarden op, door hoefachtig geluid en zware, stampende passen. Maar vooral voert het je mee naar een vervreemdende, licht kafkaëske wereld. Dansers bewegen als opgejaagde Chaplins, hun lichamen lijken van buitenaf gestuurd, benen worden rubberachtig. De snelheid waarmee ze in elkaar klappen, uitglijden en verstrikt raken is bijna niet te bevatten. Daartegenover staat een bijna teder duet en een duidelijke, donkere poëzie.

Twee diverse Nederlandse gezelschappen presenteerden nieuwe producties in kleinere theaters in Den Haag. Zonder voorkennis zou je niet merken dat één danser bijna blind is en een ander doof. Voor Introdans en het programma HubClub ’26 choreografeerden Fernando Melo, Conny Janssen, Jordy Dik en Inbal Pinto korte werken, omlijst door een overkoepelende structuur van Adriaan Luteijn. De afwisseling zit niet alleen in toon en sfeer, maar ook in bewegingstalen: soms ernstig, soms licht en speels.

Heel geconcentreerd was ook Please Hold My Hand, een zeventig minuten durend werk van Jordy Dik voor Compagnie Tiuri. Vier danseressen, waaronder twee met het syndroom van Down en één zonder onderarm, tonen een indrukwekkend stuk over de achterstelling van vrouwen en geweld tegen vrouwen. Aan het einde dreigt even sentimentaliteit, met kunstbloemblaadjes die de vloer bedekken, maar het stuk blijft scherp en confronterend. De vrouwen zijn zorgzaam, maar ook hard. Eén van hen huilt luid en langdurig in de microfoon, tot ze door een ander wordt weggehaald.

Gezelschappen uit Canada, Zwitserland, Italië, Frankrijk en Groot Brittannië reisden af naar het festival, plus één uit Duitsland: Gauthier Dance uit Stuttgart. In Rotterdam zorgden zij met FireWorks voor een staande ovatie. Slim als Eric Gauthier is, eindigde hij de avond met een op trampolines gedanste Bolero van Ravel, in een furieuze choreografie van Andonis Foniadakis.

Gauthier choreografeert zelden zelf, maar blinkt uit in het samenstellen van gemengde programma’s. FireWorks brengt werk van negen choreografen, met muziek van onder anderen Chet Baker, Laurie Anderson en Philip Glass. Het resultaat is een waar vuurwerk, vol emotie en een enorme variatie aan bewegingskleuren. Het blijft pijnlijk om te constateren dat Frankfurt inmiddels vrijwel een danswoestijn is geworden. Gelukkig ligt Stuttgart dichtbij. En met het uitgebreide programma van het Nederlands Dans Theater in februari en maart is een reis naar Nederland sowieso geen slecht idee.

Lees het volledige artikel op Frankfurter Rundschau.de [Duits]

Blijf op de hoogte