Het gedurfde Holland Dance Festival bereikt duizelingwekkende hoogten – The Guardian

9 februari 2026
door Chris Wiegand

Het Holland Dance Festival viert zijn 20e editie met een programma dat verstoort én verrukt.

HubClub’26, gepresenteerd door Introdans, is vormgegeven als een brutaal cabaret, met vijf korte werken (meestal fragmenten uit bestaande stukken), ingeklemd tussen een ouverture en een finale. De dansers worden geïntroduceerd in glinsterende avondkleding, samengebracht rond – en zelfs onder – een eettafel, met sigaretten losjes in de mond.

De overgangen tussen de scènes worden met humor en vindingrijkheid aangepakt. In Fernando Melo’s slimme stuk The Longest Distance Between Two Points wordt die tafel kaal gestript; de lange planken worden partners voor de cast en dienen zelfs als geïmproviseerde podia, op verschillende hoeken vastgehouden. Steve Reichs Music for Pieces of Wood versnelt het tempo, terwijl dansers met planken om elkaar heen cirkelen en door mensen gemaakte grenzen creëren die bijna uit het niets lijken te ontstaan. Het stuk is tegelijk vrij stromend en benauwend en groeit uit tot een parabel over verdeeldheid en ingesloten identiteiten. In verkeerde handen onderdrukken deze structuren; in andere bieden ze steun. Het is bedrieglijk eenvoudig en verrassend ontroerend wanneer twee verlangende mannen door een muur van elkaar gescheiden worden. En pas op voor splinters: het wordt uitgevoerd zonder handschoenen of sokken door een vaardig gezelschap. Wat een log idee zou kunnen zijn, blijkt juist extreem buigzaam.

Twee stukken in HubClub laten Inbal Pinto’s talent zien voor eigenzinnige choreografie met een verontrustende onderlaag. Salty Pink is een strandfantasie, met heupstotende badgasten die zich uitstrekken tegen een idyllische achtergrond en op zoek zijn naar ansichtkaart-plezier, terwijl hun rossige vrolijkheid barst en wanhoop zichtbaar wordt. Boulevard of Broken Dreams, met een Foley-geluidskunstenaar, heeft een circussfeer en trompe-l’oeil-effecten: een zwierige jurk wordt bij elke danser aan- en uitgetrokken en krijgt telkens een andere betekenis. Het kostuum wordt bijna net zo beladen als de rode jurk in Bauschs Rite of Spring en wekt afwisselend vreugde, jaloezie en woede op, afhankelijk van wie het draagt en wie kijkt. Het aan- en uitkleden gebeurt met soepele gratie; Pinto’s oproep tot gezamenlijk respect en vrijheid is net zo ingetogen als die van Melo.

Conny Janssens Manoeuvres is kort en krachtig: een ontsnappauze tijdens de thee in een saaie kantine voor een groep werknemers. Op een medley van gouwe ouwen zie je hen eerst wegdromen – lezend in een roman of een kasteel bouwen van suikerklontjes. Daarna dansen ze zittend, op tafels, delen losse rock-’n-rollduetten of rennen speels over de vloer. Slagwerk komt van lepels en kopjes. Veelzeggend kijken ze naar de klok aan de muur: hoe kies jij je vrije tijd te besteden? Het is een onweerstaanbare tien minuten die je niet wilt laten eindigen – net als de laatste danser, nog steeds verdiept in beweging terwijl de schoonmakers om hem heen opruimen.

Lees de volledige recensie op The Guardian.com

Blijf op de hoogte